Plankway #17 · zondag 11 oktober 2026
Plankway #17 was de puzzel van zondag 11 oktober 2026. De moeilijkheid is expert: een rooster van 10 × 10, met 22 eilanden en 2 riffen. De solver heeft 39 logische stappen nodig; de moeilijkste techniek is Proberen en kijken.
Zondagpuzzels zijn de moeilijkste van de week: een rooster van 10 × 10, tot vijf riffen, en gericht op proberen en kijken. In 3 stappen speelde een rif mee: het verborg een buur die anders op één lijn lag.
Gebruikte technieken
- Elke brug telt: 14 stappen
- Grenzen per brug: 10 stappen
- Vol eiland: 6 stappen
- Kruisende bruggen: 1 stap
- Minstens één: 7 stappen
- Proberen en kijken: 1 stap
De sleutelstap
De moeilijkste stap van deze puzzel is stap 31. Zo ziet het bord eruit net daarvoor; in blauw wat de stap oplevert, in rood wat wegvalt.
Stap voor stap
Elke stap volgt uit wat al vastligt. Kolommen hebben een letter, rijen een nummer. Lees mee tot de plek waar je vastliep, en probeer dan zelf verder.
- Elke brug telt: De 2 in J10 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: een dubbele brug tussen de 4 in H10 en de 2 in J10. Hier speelt een rif mee.
- Elke brug telt: De 2 in D9 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: een dubbele brug tussen de 5 in D7 en de 2 in D9.
- Grenzen per brug: De 1 in A4 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 1 in A4 en de 3 in A7.
- Elke brug telt: De 1 in A4 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: één brug tussen de 1 in A4 en de 3 in A7.
- Grenzen per brug: De 1 in B1 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 1 in B1 en de 3 in D1 en hoogstens één brug tussen de 1 in B1 en de 3 in B5.
- Elke brug telt: De 3 in B5 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: een dubbele brug tussen de 3 in B5 en de 6 in D5 en één brug tussen de 1 in B1 en de 3 in B5.
- Vol eiland: De 1 in B1 is vol: geen brug tussen de 1 in B1 en de 3 in D1.
- Grenzen per brug: De 1 in E8 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 1 in E8 en de 4 in E10.
- Elke brug telt: De 1 in E8 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: één brug tussen de 1 in E8 en de 4 in E10.
- Grenzen per brug: De 1 in F5 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 6 in D5 en de 1 in F5 en hoogstens één brug tussen de 1 in F2 en de 1 in F5.
- Grenzen per brug: De 1 in I1 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 3 in G1 en de 1 in I1.
- Elke brug telt: De 3 in G1 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: een dubbele brug tussen de 3 in D1 en de 3 in G1 en één brug tussen de 3 in G1 en de 1 in I1.
- Grenzen per brug: De 3 in D1 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 3 in D1 en de 4 in D3.
- Elke brug telt: De 3 in D1 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: één brug tussen de 3 in D1 en de 4 in D3.
- Grenzen per brug: De 1 in F2 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 1 in F2 en de 2 in J2.
- Minstens één: De 2 in J2 kan bij zijn andere buren niet genoeg krijgen: minstens één brug tussen de 2 in J2 en de 3 in J7.
- Minstens één: De 3 in J7 kan bij zijn andere buren niet genoeg krijgen: minstens één brug tussen de 5 in H7 en de 3 in J7. Hier speelt een rif mee.
- Minstens één: De 4 in D3 kan bij zijn andere buren niet genoeg krijgen: minstens één brug tussen de 4 in D3 en de 2 in H3 en minstens één brug tussen de 4 in D3 en de 6 in D5.
- Kruisende bruggen: Een zekere brug blokkeert de verbindingen die ze zouden kruisen: geen brug tussen de 1 in F2 en de 1 in F5.
- Elke brug telt: De 1 in F5 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: één brug tussen de 6 in D5 en de 1 in F5.
- Elke brug telt: De 1 in F2 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: één brug tussen de 1 in F2 en de 2 in J2.
- Vol eiland: De 2 in J2 is vol: één brug tussen de 2 in J2 en de 3 in J7.
- Elke brug telt: De 3 in J7 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: een dubbele brug tussen de 5 in H7 en de 3 in J7. Hier speelt een rif mee.
- Grenzen per brug: De 2 in H3 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 2 in H3 en de 5 in H7.
- Minstens één: De 6 in D5 kan bij zijn andere buren niet genoeg krijgen: minstens één brug tussen de 6 in D5 en de 5 in D7.
- Minstens één: De 4 in E10 kan bij zijn andere buren niet genoeg krijgen: minstens één brug tussen de 4 in E10 en de 4 in H10 en minstens één brug tussen de 3 in A10 en de 4 in E10.
- Grenzen per brug: De 4 in H10 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 5 in H7 en de 4 in H10.
- Minstens één: De 5 in H7 kan bij zijn andere buren niet genoeg krijgen: minstens één brug tussen de 5 in D7 en de 5 in H7.
- Grenzen per brug: De 5 in D7 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 3 in A7 en de 5 in D7.
- Minstens één: De 3 in A7 kan bij zijn andere buren niet genoeg krijgen: minstens één brug tussen de 3 in A7 en de 3 in A10.
- Proberen en kijken: Het omgekeerde aannemen leidt een paar stappen later tot een tegenspraak, dus: één brug tussen de 5 in H7 en de 4 in H10.
- Vol eiland: De 4 in H10 is vol: één brug tussen de 4 in E10 en de 4 in H10.
- Elke brug telt: De 4 in E10 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: een dubbele brug tussen de 3 in A10 en de 4 in E10.
- Vol eiland: De 3 in A10 is vol: één brug tussen de 3 in A7 en de 3 in A10.
- Elke brug telt: De 3 in A7 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: één brug tussen de 3 in A7 en de 5 in D7.
- Vol eiland: De 5 in D7 is vol: één brug tussen de 5 in D7 en de 5 in H7 en één brug tussen de 6 in D5 en de 5 in D7.
- Elke brug telt: De 5 in H7 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: één brug tussen de 2 in H3 en de 5 in H7.
- Vol eiland: De 2 in H3 is vol: één brug tussen de 4 in D3 en de 2 in H3.
- Elke brug telt: De 4 in D3 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: een dubbele brug tussen de 4 in D3 en de 6 in D5.