Plankway #16 · zaterdag 10 oktober 2026
Plankway #16 was de puzzel van zaterdag 10 oktober 2026. De moeilijkheid is expert: een rooster van 9 × 9, met 20 eilanden en 2 riffen. De solver heeft 33 logische stappen nodig; de moeilijkste techniek is Proberen en kijken.
Zaterdagpuzzels zijn 9 × 9 en vragen meestal de enige uitweg, soms proberen en kijken. In 6 stappen speelde een rif mee: het verborg een buur die anders op één lijn lag.
Gebruikte technieken
- Elke brug telt: 13 stappen
- Grenzen per brug: 9 stappen
- Vol eiland: 6 stappen
- Minstens één: 4 stappen
- Proberen en kijken: 1 stap
De sleutelstap
De moeilijkste stap van deze puzzel is stap 26. Zo ziet het bord eruit net daarvoor; in blauw wat de stap oplevert, in rood wat wegvalt.
Stap voor stap
Elke stap volgt uit wat al vastligt. Kolommen hebben een letter, rijen een nummer. Lees mee tot de plek waar je vastliep, en probeer dan zelf verder.
- Elke brug telt: De 2 in F2 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: een dubbele brug tussen de 3 in D2 en de 2 in F2. Hier speelt een rif mee.
- Elke brug telt: De 2 in A9 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: een dubbele brug tussen de 3 in A7 en de 2 in A9.
- Grenzen per brug: De 3 in D2 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 3 in B2 en de 3 in D2 en hoogstens één brug tussen de 3 in D2 en de 2 in D5.
- Elke brug telt: De 3 in B2 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: één brug tussen de 3 in B2 en de 3 in D2 en een dubbele brug tussen de 3 in B2 en de 4 in B4.
- Vol eiland: De 3 in D2 is vol: geen brug tussen de 3 in D2 en de 2 in D5.
- Grenzen per brug: De 1 in I1 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 1 in I1 en de 2 in I6 en hoogstens één brug tussen de 3 in G1 en de 1 in I1.
- Grenzen per brug: De 1 in F5 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 2 in D5 en de 1 in F5. Hier speelt een rif mee.
- Elke brug telt: De 1 in F5 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: één brug tussen de 2 in D5 en de 1 in F5. Hier speelt een rif mee.
- Grenzen per brug: De 2 in D5 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 2 in D5 en de 3 in D7.
- Elke brug telt: De 2 in D5 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: één brug tussen de 2 in D5 en de 3 in D7.
- Grenzen per brug: De 3 in A7 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 3 in A3 en de 3 in A7 en hoogstens één brug tussen de 3 in A7 en de 3 in D7.
- Elke brug telt: De 3 in A3 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: een dubbele brug tussen de 3 in A1 en de 3 in A3 en één brug tussen de 3 in A3 en de 3 in A7.
- Vol eiland: De 3 in A7 is vol: geen brug tussen de 3 in A7 en de 3 in D7.
- Elke brug telt: De 3 in D7 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: een dubbele brug tussen de 3 in D7 en de 3 in G7.
- Grenzen per brug: De 3 in G7 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 4 in G4 en de 3 in G7.
- Elke brug telt: De 3 in G7 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: één brug tussen de 4 in G4 en de 3 in G7.
- Grenzen per brug: De 3 in A1 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 3 in A1 en de 2 in C1.
- Elke brug telt: De 3 in A1 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: één brug tussen de 3 in A1 en de 2 in C1.
- Grenzen per brug: De 2 in C1 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 2 in C1 en de 3 in G1.
- Elke brug telt: De 2 in C1 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: één brug tussen de 2 in C1 en de 3 in G1.
- Minstens één: De 3 in F8 kan bij zijn andere buren niet genoeg krijgen: minstens één brug tussen de 3 in F8 en de 3 in I8 en minstens één brug tussen de 2 in B8 en de 3 in F8. Hier speelt een rif mee.
- Grenzen per brug: De 2 in B8 heeft niet genoeg ruimte meer: hoogstens één brug tussen de 4 in B4 en de 2 in B8.
- Minstens één: De 4 in B4 kan bij zijn andere buren niet genoeg krijgen: minstens één brug tussen de 4 in B4 en de 4 in G4.
- Minstens één: De 3 in I8 kan bij zijn andere buren niet genoeg krijgen: minstens één brug tussen de 2 in I6 en de 3 in I8.
- Minstens één: De 4 in G4 kan bij zijn andere buren niet genoeg krijgen: minstens één brug tussen de 3 in G1 en de 4 in G4.
- Proberen en kijken: Het omgekeerde aannemen leidt een paar stappen later tot een tegenspraak, dus: een dubbele brug tussen de 3 in F8 en de 3 in I8. Hier speelt een rif mee.
- Vol eiland: De 3 in F8 is vol: één brug tussen de 2 in B8 en de 3 in F8. Hier speelt een rif mee.
- Vol eiland: De 3 in I8 is vol: één brug tussen de 2 in I6 en de 3 in I8.
- Elke brug telt: De 2 in B8 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: één brug tussen de 4 in B4 en de 2 in B8.
- Vol eiland: De 4 in B4 is vol: één brug tussen de 4 in B4 en de 4 in G4.
- Elke brug telt: De 4 in G4 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: een dubbele brug tussen de 3 in G1 en de 4 in G4.
- Vol eiland: De 3 in G1 is vol: geen brug tussen de 3 in G1 en de 1 in I1.
- Elke brug telt: De 2 in I6 heeft elke brug nodig die het nog kan krijgen: één brug tussen de 1 in I1 en de 2 in I6.